Hoe groot moet mijn fietsframe zijn?
Framemaat bepalen op basis van je lichaamslengte
De framemaat die je nodig hebt, is in de eerste plaats afhankelijk van je lichaamslengte. Als vuistregel geldt: deel je lichaamslengte in centimeters door 2,5 om de framemaat in inches te berekenen, of door 0,625 om direct in centimeters uit te komen. Ben je 175 cm lang, dan zoek je een frame van ongeveer 56 cm (of 22 inch). Dit is een grove richtlijn. Voor een nauwkeuriger resultaat gebruik je je binnenbeenlengte, want die verschilt per persoon.
Binnenbeenlengte meten: zo doe je het
Je binnenbeenlengte meet je op de volgende manier:
- Zet je blote voeten ongeveer 15 à 20 cm uit elkaar.
- Schuif een boek of liniaal zo hoog mogelijk tussen je benen, alsof je op een fietszadel zit. Druk het stevig tegen je lies aan.
- Meet de afstand van de bovenkant van het boek tot de vloer. Dit is je binnenbeenlengte.
Met die meting kun je per fietstype de juiste framemaat berekenen. De vermenigvuldigingsfactor verschilt namelijk per type fiets.
Framemaat per fietstype
Stadsfiets en elektrische stadsfiets
Voor een stadsfiets of elektrische stadsfiets vermenigvuldig je je binnenbeenlengte met 0,66. Bij een binnenbeenlengte van 80 cm zoek je dus een frame van ongeveer 53 cm. Stadsfietsen worden meestal uitgedrukt in centimeters of in maten zoals S, M, L en XL.
Racefiets
Bij racefietsen gebruik je de factor 0,67. Ben je lang en heb je lange benen, dan kan een frame van 58 of 60 cm nodig zijn. Racefietsen worden traditioneel in centimeters aangeduid, gemeten van het midden van de trapas tot het einde van de zitbuis.
Mountainbike
Mountainbikes worden doorgaans aangeduid in inches: S (small), M (medium), L (large) en XL. Gebruik hier een factor van 0,226 om de aanbevolen framemaat in inches te berekenen. Iemand met een binnenbeenlengte van 80 cm zoekt een frame van circa 18 inch (M/L).
Elektrische fatbike
Voor een elektrische fatbike gelden vergelijkbare maten als bij een mountainbike, maar door het hogere gewicht en de brede banden zit je iets anders. Kies bij twijfel een maat kleiner, zodat je de grond makkelijker raakt en meer controle hebt.
Vouwfiets
Vouwfietsen hebben vrijwel geen traditionele framematen. De pasvorm wordt hier geregeld via de zadel- en stuurhoogte. De meeste vouwfietsen zijn geschikt voor rijders tussen de 150 en 195 cm, maar controleer dit altijd per model.
Snelle maattabel als uitgangspunt
- 150–160 cm: frame 44–48 cm (XS/S)
- 160–170 cm: frame 48–52 cm (S/M)
- 170–180 cm: frame 52–56 cm (M/L)
- 180–190 cm: frame 56–60 cm (L/XL)
- 190 cm en langer: frame 60 cm of groter (XL/XXL)
Gebruik deze tabel alleen als eerste stap. De binnenbeenmeting geeft een accurater resultaat.
Zadelhoogte: de tweede stap na de framemaat
Een goede framemaat is pas het begin. De zadelhoogte bepaalt mede hoe comfortabel en efficiënt je rijdt. Stel het zadel zo in dat je knie bij de onderste pedaalpositie licht gebogen is, met een hoek van ongeveer 25 tot 35 graden. Te laag zadel geeft kniepijn aan de voorkant; te hoog zadel belast de achterkant van de knie en zorgt voor een wiegende heup.
Bereken de ideale zadelhoogte door je binnenbeenlengte te vermenigvuldigen met 0,885. Dit geeft de afstand van het midden van de trapas tot de bovenkant van het zadel.
Waar mensen de fout in gaan
De meest gemaakte fouten bij het kiezen van een framemaat:
- Alleen afgaan op lichaamslengte. Twee mensen van 175 cm kunnen een totaal andere binnenbeenlengte hebben. Altijd meten.
- Een frame kiezen dat te groot is. Veel mensen denken dat ze in een groter frame kunnen groeien of meer controle hebben. Het tegenovergestelde is waar: een te groot frame maakt fietsen oncomfortabel en onveilig.
- Vergeten dat de stuurhoogte ook aanpasbaar is. Als je tussen twee maten invalt, kan de juiste stuurinstelling het verschil maken. Kies dan voor de kleinere maat en stel het stuur omhoog.
- Frames van verschillende merken blind vergelijken. Een 54 cm frame van merk A kan in de praktijk groter aanvoelen dan een 54 cm frame van merk B, door verschillen in buisgeometrie, reachlengte en stack.
- Geen rekening houden met fietstype. De rekenformule voor een stadsfiets werkt niet voor een racefiets. Gebruik altijd de formule die past bij het type fiets dat je koopt.
Zitpositie en geometrie: verder dan de maat
Naast de framemaat speelt de framegeometrie een grote rol. De stack (verticale afstand van de trapas tot de bovenkant van de voorvork) bepaalt hoe rechtop je zit. Een hoge stack is comfortabel voor stadsrijders; een lage stack is aerodynamischer voor sportief rijden. De reach (horizontale afstand) bepaalt hoe ver je naar voren leunt. Als je vaak last hebt van een stijve nek of schouders, kijk dan ook naar de reach-waarde en niet alleen naar de framemaat.
Kinderfiets: apart verhaal
Bij een kinderfiets wordt de maat bepaald door de wielmaat, niet de framemaat. Kleine kinderen beginnen op 12 inch wielen; grotere kinderen rijden op 20 of 24 inch. De vuistregel: het kind moet met beide voeten plat op de grond kunnen staan wanneer het op het zadel zit. Controleer ook de minimale zadelstelhoogte van het frame.
Praktisch testen: altijd de beste methode
Tabellen en formules geven een goede richting, maar niets vervangt een proefrit. Zit je comfortabel rechtop of in de gewenste positie? Kun je de grond raken bij stilstand? Voelt de afstand tot het stuur natuurlijk aan? Als je online koopt, controleer dan of er een retouroptie is of zoek het model eerst op bij een lokale fietsenwinkel om te testen.
Ben je van plan een elektrische fiets te kopen, vergeet dan ook niet de bijbehorende oplader te regelen. Bekijk het aanbod van elektrische fiets opladers om zeker te zijn dat je accu altijd opgeladen is en klaar voor gebruik.